top of page

De mooiste Drentse vennen en het beste moment om ze te zien

Foto van schrijver: Karlien Hesseling
Karlien Hesseling
27 sep
5 minuten om te lezen

Het Nationaal Park Drents-Friese Wold beslaat ruim 6.000 hectare. Bos, heide, stuifzand en vennen lopen er in elkaar over, vaak binnen één wandeling. Je loopt tussen de bomen, het bos wordt lichter, en opeens ligt er een plas water tussen de heide waar je niet op had gerekend.


Die vennen zijn voor veel van onze gasten het verrassend onderdeel van het gebied. Ze zijn klein, stil en ze zien er elke maand anders uit. Hieronder lees je wat een ven precies is, waarom het per seizoen verandert en op welk moment van de dag je er het beste kunt zijn.


Wat is een ven eigenlijk

Een ven is een ondiepe plas op zandgrond, gevoed door regenwater. Er stroomt geen beek in of uit. Dat is het grote verschil met een meer: het water komt alleen van boven en verdwijnt door verdamping en langzaam wegzakken.


Daardoor is het water er voedselarm en vrij zuur. Dat klinkt aantrekkelijk, maar het is precies de reden dat vennen zo bijzonder zijn. Planten en dieren die het elders moeilijk hebben, houden juist van deze omstandigheden. En omdat er weinig voedingsstoffen in zitten, is het water vaak opvallend helder.


Hoe een ven ontstaat

Het landschap hier is gevormd in de ijstijden. Wind en smeltwater lieten dikke pakketten zand achter, met hier en daar een laag leem of een vastere zandlaag eronder. Op zulke plekken kan regenwater niet wegzakken. Blijft er dan ook nog een laagte in het landschap over, dan vult die zich vanzelf met water.


Op andere plekken deed de wind het werk. In stuifzandgebieden is het zand zo ver uitgeblazen dat de laagte tot aan het grondwater reikt. Daarom vind je vaak vennen op de overgang van bos naar heide en stuifzand, en zelden midden in een dicht bos.


Omdat een ven alleen van regen leeft, verandert de waterstand met het weer. Na een natte winter staat het water hoog. Na een droge zomer trekt het terug en zie je de oevers die de rest van het jaar onder water staan. Een ven dat in juli half droog staat, is dus niet stuk.


Waar je vennen en water vindt in het gebied

Rondom onze huisjes liggen gebieden waar water, heide en bos elkaar raken. Het Doldersummerveld is open heide met een uitkijktoren, waar je het veld in één blik overziet. Het Aekingerzand is stuifzand weids, stil en het meest open landschap van het park. Honden zijn daar van 1 maart tot 1 september niet toegestaan vanwege het broedseizoen. Het Dwingelderveld ligt iets verder, maar is met zijn combinatie van heide, bos en water een dagdeel waard.


Groter water vind je bij het Canadameer, waar ook de spartelvijver ligt, en bij het Blauwe Meer. Dat zijn geen vennen, maar wel plekken die we aanraden om te bezichtigen.


De verschillen  per seizoen

Voorjaar

Het water staat hoog na de winter en het gebied komt op gang. In de vroege ochtend hangt over de heide de dauw die glinstert in het licht. Rond de vennen is het dan het drukst aan geluid.


Zomer

De waterstand zakt en de randen worden zichtbaar. Boven het water hangen libellen, soms tientallen tegelijk. Midden op de dag is het warm en helder, maar dan zie je het minst. Ga daarom vroeg of laat tegen de avond. Bij de grotere waterpartijen is het in de zomer drukker dan bij de vennen.


Herfst

Wat ons betreft het mooiste seizoen. Het licht komt lager binnen, er drijft vaak mist over het water in de vroege ochtend en het bos eromheen kleurt. Je loopt over een zacht tapijt van bladeren en mos, en bij het ven staat het water stil genoeg om de bomen erin te zien staan.


Winter

Kale takken betekent meer zicht. Je kijkt veel  verder het bos in dan in de zomer. Bij vorst ligt er soms ijs op het ven. Het gaat al vroeg schemeren, dus je kunt zonder heel vroeg op te staan toch het mooiste licht meepakken. Na afloop kom je thuis in een huisje waar de kachel aan kan.


Het beste moment van de dag

De vroege ochtend wint bijna altijd. Het is dan het stilst, de wind ligt meestal nog plat en een windstil ven is een spiegel. Je ziet het bos en de lucht in het water staan, en elke beweging op het oppervlak valt op.


Het laatste uur voor zonsondergang is de goede tweede keuze. Het licht wordt warmer en de dieren komen weer in beweging. Midden op de dag is een ven het minst interessant: veel licht, weinig beweging, meer mensen.


Er zijn geen openingstijden, dus je kunt gaan wanneer je wilt. Vanaf de huisjes loop je zo het bos in, dus een ochtend rondje is zo gemaakt.


Wat je ziet en hoort

Bij een ven is het geluid vaak het eerste dat opvalt. Wind door de kruinen, water dat tegen de oever tikt, ritselende bladeren en in de verte een vogel. Blijf je even staan, dan komt er meestal meer op gang dan wanneer je doorstapt.


Vanaf de rand kijk je over het water, vanaf een hoger punt zoals de uitkijktoren bij het Doldersummerveld zie je hoe de plas in het landschap ligt. Op de uitkijktoren op de Bosberg bij Appelscha zijn zelfs uitkijkposten met een glazen bodem. Durf jij daarop te gaan staan, dan overzie je een groot deel van het gebied in één keer.


Routes en tips hoef je niet zelf uit te zoeken. Ze staan in de informatie-e-mail die je voor aankomst krijgt, op onze site onder het tabblad Omgeving, in de folders in het huisje en in het gastenboek met tips van eerdere gasten. Dat scheelt je een hoop zoekwerk.


Veelgestelde vragen over de Drentse vennen

Wat is het verschil tussen een ven en een meer?

Een ven wordt alleen door regenwater gevoed en heeft geen aan- of afvoer van stromend water. Daardoor is het voedselarm, zuur en vaak helder, en wisselt de waterstand sterk met het seizoen.

Vennen zijn kwetsbaar en niet bedoeld om in te zwemmen. Wil je het water in, dan kun je terecht bij de grotere waterpartijen in de omgeving, zoals het Canadameer met de spartelvijver.

Elk seizoen laat iets anders zien. Het voorjaar geeft het hoogste water en het meeste geluid, de herfst mist en kleur. In de zomer ga je vroeg of laat op de dag.

Ja. Vanaf de huisjes loop je zo het bos in, zonder eerst te rijden. Voor sommige gebieden, zoals het Dwingelderveld, stap je wel in de auto.


De huisjes als uitvalsbasis

Onze zes huisjes staan in en rond het Drents-Friese Wold, verspreid over Doldersum, Wateren en Oude Willem. Geen park, geen slagboom, wel een eigen bostuin van 700 tot 2.400 m². Boshuisje Doldersum ligt vlak bij het Doldersummerveld en heeft vrij uitzicht. Boshuisje Oude Willem kijkt uit over het Oude Willemsveld, waar regelmatig reeën te spotten zijn, en heeft een Finse sauna met panoramaraam. In Boshuisje De Eekhoorn kijk je door de grote ramen vanaf de bank naar buiten, met kans op eekhoorns in de tuin. Kom je met een groter gezelschap, dan is de Eco Bosvilla Wateren met zeven volwaardige bedden en twee kinderbedjes een goede basis.


Wil je weten wat er op jouw datum vrij is, bekijk dan de beschikbaarheid en tarieven. Boshuisjes boek je vanaf twee nachten, de Eco Bosvilla vanaf drie. Twijfel je welk huisje bij je past, stuur ons dan gerust een bericht.


 
 
 

Opmerkingen


  • Facebook
  • Instagram
bottom of page